Wanneer je de keuze maakt voor een maatwerkproduct dan verwacht je dat je moet nadenken over de stof. Daarnaast heb je de mogelijkheid om de voeringstof, knopen en kleur van de garens te bepalen. Om je huiswerk goed te doen is het ook handig om na te denken over de verschillende opties wat betreft de vormgeving van het pak, die een belangrijk onderdeel kunnen vormen bij de uitstraling van het pak. Denk hierbij aan;

Revers

Revers, zijn de links en rechts teruggevouwen voorpanden, in het verlengde van de kraag, aan de voorzijde van bijvoorbeeld een jas, een colbert of een blazer. Deze kan op verschillende manieren worden uitgevoerd. In de linker revers van colberts voor mannen is meestal een knoopsgat aangebracht. Een knoopsgat op beide revers is ook mogelijk. Zo’n knoopsgat wordt tegenwoordig gebruikt voor het bevestigen van bijvoorbeeld een corsage of andere knoopsgatversiering (boutonniere), maar had vroeger wel degelijk een functie als de revers over elkaar werden geslagen om de borst en hals warm te houden.

De haak (of notch) is de meest voorkomende revers die wij kennen. De revers heeft een inkeping van 75 tot 90 graden. Met variaties ben je vrij beperkt wanneer je de haak draagt, maar dat houdt ook in dat je niet vaak de fout in kunt gaan. Dit type revers wordt in principe alleen gedragen op jasjes met een enkele rij sluiting. Vooral slim fit pakken gingen de afgelopen jaren gepaard met smalle revers en dus ook zakkleppen, tegenwoordig is de trend meer richting de Italiaanse stijl en zien we de revers daardoor weer breed worden. Standaardbreedte is meestal 5cm, nu zien we ook bredere revers van 8,5cm of meer voor de liefhebbers.

Wanneer je enkel één pak hebt, ga dan voor de haak, twee knopen in de kleur navy of grijs. Als je deze tip op volgt ben je altijd verzekerd van een tijdloos pak, dat je overal kunt dragen. De punt (of peak) is met name ontstaan om meer bescherming te bieden bij slecht weer. Het woord zegt het al; dit type revers wordt gekenmerkt door een omhoog wijzende punt. Dit type revers kan op jasjes met een enkele rij worden gedragen, en dan echt niet alleen op een gelegenheidsjasje als een smoking. In principe is elk jasje met een dubbele rij sluiting (double breasted) uitgevoerd met een puntrevers. Dit type jasjes maakt de afgelopen jaren zijn comeback en is populair zijn bij de wat jongere pakkendrager.

De breedte van de revers is afhankelijk van smaak en lichaamsbouw. Als je wat smaller bent kan een brede revers je wat breder doen lijken doordat de aandacht op de schouders wordt gelegd. Pas er wel voor op dat deze niet voorbij de schouderlijn komt, want dan wordt het tegenovergestelde bereikt. Ook kun je met de wat bredere peak optisch veel winnen wanneer je een paar kilo’s te veel hebt of vrij kort bent. Om dit te creëren zal je een jasje moeten dragen waarbij de revers eindigt op je sleutelbeen.

De sjaalkraag (of shawl)heeft een vrij elitair verleden en wij zien ‘m haast niet meer in het moderne modebeeld. Dit is te wijten aan de vervlogen tijden van de gentlemen’s clubs waarbij de gasten enkel in pak binnen werden gelaten. Om die reden heeft een sjaalkraag dan ook geen knoopsgat. De shawl heeft een vrij klassieke uitstraling en wordt vrijwel alleen nog gedragen op een smokingjasje. Dit jasje heeft dan ook de voorkeur om te worden gedragen met een strik.

Het doorputten van een revers is puur cosmetisch. Deze fijne stiknaad aan de rand van de kraag, het revers en de zakken heeft geen functie. Het doorputten op vrijwel elke naad is mogelijk.  Hoe meer naden worden geput en hoe grover de steek die gebruikt wordt; hoe meer casual het jasje zal uitpakken. Dit stiksel wordt ook wel een AMF genoemd, naar de machines waarmee dit gedaan wordt.

Bij een rollende revers ligt de revers niet plat op je borst, er zit een lichte, zachte rol in de spiegel (de technische benaming voor de vouw in je revers). De stof rolt als het ware over die vouw, daar komt de term vandaan. De rol begint daar waar de onderste punt van je revers het jasje ontmoet. Ligt die revers er keihard gevouwen bij, dan weet je dat je te maken hebt met een versteviging van vlieseline.

 

De sluiting

Volgens de etiquette regels wordt de onderste knoop van een jasje altijd los gedragen, zowel bij een enkel rij als een dubbele rij knopen.  Dit gebruik is ontstaan in de tijd van Edward VII. Koningen waren vroeger het voorbeeld als het ging om de mode. In 1906 ging Edward VII langzaam over naar het driedelige maatpak. Doordat bij deze koning zijn buik te dik werd om in zijn kleding te passen werd voor extra comfort zijn onderste knoop altijd open gelaten. Uit respect voor de koning deden zijn onderdanen met hem mee. Eerst alleen bij het gilet, later ook bij het jasje.

Een 1-knoops jasje sluit laag, heeft dus lange revers waarmee optisch meer lengte gecreëerd wordt en heeft vooral een feestelijke uitstraling. Deze sluiting wordt dan ook vooral gekozen voor jasjes voor een speciale gelegenheid, zoals trouwpakken, en is in principe verplicht op een smokingjasje met enkele rij sluiting. Een 2- knoops jasje is veruit de meest voorkomende sluiting. Het is de daarmee de meest geaccepteerd, tijdloos en altijd goed. De 2,5-knoops is een graag geziene modische variant op de het 2-knoops jasje.

Een 2,5-knoops jasje heeft 3 knopen. Echter, de bovenste knoop valt echter weg onder het rollende revers. Deze bovenste knoop heeft alleen een sierfunctie, voor zover zichtbaar; het is absoluut niet de bedoeling het bovenste knoopje te sluiten. Het rollende revers zal ook op een onnatuurlijke manier gaan knikken als dit toch geprobeerd wordt.

Het 3-knoops jasje. Ligt met een reden al ver achter ons. Slechts voor een enkeling is dit model flatterend. Het korte revers beperkt optisch lengte en is daarmee eerder in trek bij (zeer) lange mannen.

99% van de mannen en vrouwen gaat voor het jasje met een enkele rij sluiting (single breasted). Wanneer je kast gevuld is met genoeg basics en variaties in deze sluiting is het een leuke uitstap naar een odel met een dubbele rij sluiting. Dit type sluiting wordt onterecht afgeschikderd als ouderwets. Dat onze opa’s dit type droegen wil niet zeggen dat de pasvorm hetzelfde moet zijn en dat retro niet hip kan zijn.

Volgens de traditionele etiquette regels wordt deze sluiting te allen tijd dicht gedragen, ook als je zit. Volgens de opvattingen van de Sprezzatura mag dit type jasje tegenwoordig echter ook modisch nonchalant open worden gedragen. Zorg er dan wel voor dat het perfect gesneden is, zodat je geen Bat(wo)man wordt…Voor een rustiger beeld kan worden afgeweken van de traditionele zes knopen. Het weglaten van de twee knopen ter hoogte van de borst kan er bovendien voor zorgen dat er geen aandacht wordt gevestigd op de borst., Deze knopen hebben sowieso geen functie.

 

Zakken

Het meest voorkomende en tijdloze type is de zakklep. De breedte van de klep is gekoppeld aan de breedte van het revers. In de meeste gevallen worden deze recht op het jasje gezet, maar dit kan ook schuin worden gedaan (lichtjes gekanteld). Hierdoor zullen ze wat meer de vorm van de taille volgen en een iets slanker silhouet kunnen creëren.

Voor een informelere uitstraling kan worden gekozen voor een opgestikte zak. Een opstikzak wordt vaak gebruikt voor een casual colbertje, flanel-, linnen- of tweed-pak, maar kan ook prima een wat lossere uitstraling geven aan je zakelijke pak. Zogenaamde paspelzakken waarbij de zak niet veel meer is dan een minimalistisch streepje (zoals standaard op de smoking) kunnen leuk zijn op een modisch pak, of heel elegant werken op een pak voor gelegenheden.

De extra ticket pocket (een derde zakje boven de rechter klepzak) is smaakafhankelijk. Vroeger was deze zak wat breder en liep de voering helemaal door tot de onderkant van het jasje. Hierdoor was het groot genoeg om de reisdocumenten voor vliegtuig of trein in op te bergen. Tegenwoordig is het een veel kleiner formaat en heeft het vooral een sierlijke functie, die niet perse in dezelfde stijl als het andere zaktype gekozen moet worden.

 

Knopen

De meeste confectiepakken zijn voorzien van gesloten knoopsgaten. Het is een stiksel dat wordt aangebracht met een speciale machine. Eigenlijk is het dus niet eens een knoopsgat en wordt ook wel trench genoemd. Het voordeel hiervan is dat de mouwen op een makkelijke en daarmee goedkope manier kunnen worden ingekort op elke lengte, omdat de knoopsgaten makkelijk verwijderd kunnen worden zonder gaten achter te laten in de stof en opnieuw geplaatst kunnen worden. Het onderste knoopsgat hoort zo’n 5cm vanaf de onderkant van de mouw te zitten. Als dit minder is weet je dat het op een slechte manier is ingekort.

Bij maatwerk wordt veelal gekozen voor werkende knoopsgaten. Omdat de mouwlengte altijd juist zal zijn is er ook geen reden om met het oog op eventuele aanpassingen te werken met valse knoopsgaten. Voor extra comfort of om te pronken met je maatwerk kan je ervoor kiezen om een aantal knopen van je mouw open te dragen. Dat de knoopsgaten op je mouw open kunnen, kwam in vroeger tijden goed van pas als de mouwen opgerold moesten worden, bijvoorbeeld bij een duel, artsen, of gewoon als de handen gewassen moesten worden. Het aantal knopen kan naar wens variëren. Standaard wordt met 4 gewerkt, voor gelegenheden geld “less is more”. De knopen kunnen op een rij worden geplaatst, bij kissing buttons zal elke knoop op je mouw de andere knoop lichtjes overlappen.

 

Schouders

Het meest voorkomende schoudertype is een zogenaamde tegengezette schouder. Hierbij worden de schoudernaad en mouwnaad tegen elkaar aangestikt. Dit schoudertype wordt gekenmerkt door het gebruik van een schoudervulling, die kan variëren in dikte. Groot voordeel hiervan is dat het wat smallere of afhangende schouders kan maskeren en ervoor zorgt dat er geen plooien ontstaan.

Bij een ondergeschoven schouder wordt de mouwnaad onder de schoudernaad geschoven en worden ze plat op elkaar gestikt. Dit schoudertype maakt gebruik van weinig of geen schoudervulling. Hierdoor wordt het ook wel soft shoulder genoemd; er ontstaat een mooi zacht, rond silhouet en geeft veel draagcomfort. Voorwaarde voor deze schouder is dat hij vrij compact wordt gedragen en dat de drager zelf voor genoeg volume zorgt. Nog een andere benaming is shirt shoulder of spalla camicia omdat de maakwiijze vergelijkbaar is met een overhemdschouder.

Bij een Napolitaanse schouder poft de stof lichtjes en vormt deze plooitjes. Dat effect wordt gecreëerd door de manier waarop de mouw technisch in het pand wordt geplaatst. De stof aan de schouderkant wordt omgeslagen in een zoom, en daar wordt de schouder op gezet. De stof aan de mouwzijde is wijder, waardoor het poffende effect ontstaat – een prachtig handwerkje voor de liefhebbers, waaraan je de ambachtsman herkent.

 

De broek

Vrijwel alle broeken hebben tegenwoordig een gladde voorkant, flat front. Een bandplooi, naar wens enkel of dubbel, kan een wat meer corpulente man wat meer bewegingsvrijheid geven. Een zogenaamde French plead; een klein en kort bandplooitje dat eigenlijk ‘verkeerdom’ zit kan een fashion statement zijn.

Broekzakken zijn niet gemaakt om je spullen in op te bergen. De enige reden dat ze er zitten is dat mannen zich comfortabel voelen als ze met hun handen in hun zakken kunnen staan. Om die reden is, puur praktisch, de schuine steekzak het meest gekozen type. Voor een elegantere uitstraling kan je er ook voor kiezen om ze subtiel te laten wegwerken in de zijnaad van de broek.

Omdat een riem eigenlijk alleen voor de sier mag worden gedragen kan je bij maatwerk overwegen om riemlussen weg te laten. De broek zal immers altijd passend zijn en maat een riem sowieso overbodig. Als riemlussen hun functie verliezen is het mooier om ze weg te laten. In zo’n geval kan het een mooi alternatief zijn om te kiezen voor zijspanners. Deze worden aan de buitenkant van de taiileband geplaatst en zijn dus niet te vergelijken met die van een kinderbroek. De zijspanners hebben overigens ook weinig functie, zij vooral voor de sier. In de meeste gevallen wordt gekozen voor een uitvoering met gesp, voor wat formelere broeken (smoking) is het mooi om te kiezen voor een uitvoering met knopen en een tunnel.

In de meeste gevallen wordt gekozen voor een broek met een rechte onderkant. Wil je voor een modische uitstraling uitgaan dan kan je overwegen om een omslag aan te brengen. Zorg er in dit geval wel voor dat je kiest voor een smalle voetwijdte en een omslaghoogte van minimaal 5cm (in tegenstelling tot de zeer klassieke 3-4cm). Een omslag gebruik je niet voor broeken die je tijdens een gelegenheid draagt.

De wijdte van de pijpen is afhankelijk van het comfort dat je zoekt, maar is ook bepalend voor de uitstraling van de broek. Een voetwijdte tussen de 16 en 17 cm is super slim fit, 18 – 19 cm is nog altijd slank en tegenwoordig zo ongeveer de standaard. Vanaf 20 wordt als klassiek ervaren en wordt vooral gebruikt bij de grotere maten. Natuurlijk is het van belang dat bij het zoeken naar een zo slank mogelijk silhouet de broek niet zo strak wordt gemaakt dat de broek niet meer over de kuiten past of dat de voeten er niet meer doorheen passen bij het aantrekken.

Bel of Whatsapp mij

next-generation-retail-woordmerk-wit

Stuur mij een e-mail

Confidental Infomation